LA MONTAGNE BOURBONNAISE

La Montagne Bourbonnaise: Een zeer dicht bebost gebied, wat aangeduid wordt als middengebergte. De grootste stad in dit gebied is Le-Mayet-de-Montagne.
De oppervlakte beslaat ca. 35.000 hectare en het aantal inwoners is ca. 20.000. 
La Montagne Bourbonnaise bestrijkt een gebied dat gelegen is in 3 verschillende departementen: Allier, Loire en Saône-et-Loire. Deze 3 departementen zijn ook nog eens gelegen in 2 verschillende provincies: Auvergne en Rhône-Alpes, wat het verkrijgen van de status "Parc Naturel Régional" niet bemakkelijkt. Er zijn immers verschillende bestuursorganen die allen eigen/verschillende wensen en belangen hebben. Desondanks; La Montagne Bourbonnaise is een vergeten en verstilde bergregio, die juist daarom een onmiskenbare charme en aantrekkingskracht heeft.

Ook taalkundig is La Montagne Bourbonnaise een mengelmoes en daardoor ook vrij uniek. Drie grote taalgebieden, Langue d'Oc, Langue d'Oil en Provençaals,  mengden zich in dit kleine gebied, wat een zeer bijzonder "patois" opleverde. Door de eeuwen heen bleef dit dialect óók nog eens heel zuiver, daar de mensen bleven waar ze woonden en er weinig cultureel of economisch verkeer was van buitenaf.

De oorspronkelijke bewoners van de Bourbonnais leefden ruim voor de jaartelling in de grotten van Chatelperron. Momenteel is daar nog steeds een museum waar de vondsten van de overblijfselen uit die tijd tentoon worden gesteld. Ook in Glozel werden resten gevonden van tussen de 20.000 en 10.000 jaar v. Chr. Toen deze beenderen met vreemde tekens en inscriptie in 1924 werden gevonden, werd enige jaren later vastgesteld dat ze niet zo oud waren als eerst werd aangenomen.
Echter in de jaren 70, bleek met testen volgens de C14-methode, dat het toch om authentieke beenderen ging en dat de geschatte oudheid juist bleek te zijn. In 1983 is men toen begonnen met nieuwe opgravingen.

 

Het woord "Bourbon" komt van de Gallische god Borvo, de god van de warmwaterbronnen. Later wordt de vroegere Napoleontische provincie "Bourbonnais" genoemd en worden de "Heren van Bourbon" hertogen.
Zo begint de geschiedenis in de 14e eeuw rond de machtige hertogen van Bourbon.
In een tijdsbestek van 2 eeuwen zijn er 7 hertogen van Bourbon koning geweest in Frankrijk. Totdat het koning Frans I teveel wordt en ingrijpt. Hij "ontfermt" zich over Karel III van Bourbon en annexeert al zijn land. En zo gingen de hertogdommen op in het al groter wordende Frankrijk.

 

La Montagne Bourbonnaise kenmerkt zich ook door de bosbouw. Voor boeren is dit gebied niet interessant, want vanuit het zuiden en oosten doemen de bossen op. Maar liefst 40 % van het hele gebied is bebost. Van nature is de beuk hier "heer en meester" maar de laatste 2 eeuwen is de Douglasspar ook ruim vertegenwoordigt. De botanische" ontdekkingsreiziger Davis Douglas heeft in 1827 voor het eerst de zaden meegenomen, en zo kwam de boom vanuit Amerika, via Engeland naar Frankrijk.
En de Douglasspar doet het hier goed!!! Het is een snel groeiende boom die makkelijk wortel schiet, zelfs op rotslagen. De bomen worden vooral onder de 900 m. gepland, daar de beuk boven de 800m. regeert.
Lothar en Martin, de orkanen van 30 december 1999 hebben echter verwoestende gevolgen gehad. Hoewel de ergste wind van 200 km per uur, het gebied nét voorbij is gegaan, is er toch behoorlijke schade aangericht. In de nacht van 27 op 28 december alleen al, is er meer dan een miljoen kubieke meter boom naar de grond gegaan. De bosbouwers hebben in de eerste 2 maanden van het jaar 2000, 3 maal het volume van een jaaropbrengst vergaard, door het gevallen hout op te ruimen.

 

Maar ook zijn er andere grondstoffen in La Montagne Bourbonnaise.
In de 11e en 12e eeuw werd er al graniet gewonnen. De middeleeuwse kerk in Châtel-Montagne getuigt hiervan. Dit graniet werd in Charqueraud en Charasse gewonnen, beide buurtschappen van Châtel-Montagne.
Tussen 1885 en 1985 werd granietwinning een echte economische activiteit. De eerste bouwwerken die hier nog steeds van getuigen zijn de kerken van Saint-Clément en Le-Mayet-de-Montagne. Later ging men over tot het aanleggen van spoorlijnen en zelfs stoepranden. De grootste bloeitijd was vlak na de "grande Guerre", de 1e wereldoorlog. Tal van monumenten moesten er worden vervaardigd. Midden jaren 80 zijn er nog maar enkele 10-tallen mensen werkzaam in deze sector. In Bretagne en Tarn zijn enorme productiecentra opgestart, welke voor concurrentie zorgen.

 

Niet alleen graniet maar ook uranium wordt er gewonnen. Een zwaar metaal dat wordt bemachtigd door uraniumerts te bewerken. Er heerst een soort van taboe over dit onderwerp en men zegt dan ook dat de mijn die van 1955 tot 1980 werd geëxploiteerd de reden is dat de Montagne Bourbonnaise nog steeds niet tot Parc Naturel Régional is verklaard. De mijn is gelegen in St-Priest-Laprugne en bestaat uit een boven- en ondergronds deel. Het uraniumbassin bevindt zich in het dal van de rivier de Besbre achter een 500 meter lange dijk, en het "afval" ligt nu "veilig" op de bodem van diep meer.

 

La Montagne Bourbonnaise is ook de streek van de "10-huizen-dorpen". Veel verval, armoede, soberheid, maar vooral oudheid in de letterlijke zin van het woord. De gemiddelde leeftijd van bewoners van een doorsnee dorp is al gauw 65 jaar. De dichtstbijzijnde steden Vichy en Roanne liggen buiten de Montagne Bourbonnaise en daar zijn in de loop der tijd al heel wat mensen naartoe getrokken. Huis en haard achterlatend.

 

In het zuiden van La Montagne Bourbonnaise, achter de Monts de Madeleine, gaan we richting Roanne, de "rijke" kant op. Hier bevindt zich de industriekern van de regio, de textielindustrie. Nog steeds is dit terug te zien aan de vele musea die over dit onderwerp verhalen en natuurlijk de wekelijkse "lapjesmarkten".
Meer bekend is deze streek om zijn AOC wijn Côte Roannaise. Sinds 1994 beschikken ze over dit kwaliteitsstempel. Daarvoor heet de wijn "Vin d'Arnaison. Deze wijn heeft eind 19e eeuw glorierijke tijden meegemaakt toen de phylorexa vele wijngaarden platlegde. Aangezien het een tijd duurde voordat deze "epidemie" de poorten van Roanne bereikte, heeft men lang kunnen profiteren van de verminderde productie, maar toenemende vraag naar wijn. In 1908 verscheepte dit wijngebied maar liefst 700.000 hectoliter wijn over de Loire naar Parijs. Tegenwoordig komt er slechts een paar duizend hectoliter van de hellingen van de Côte Roannaise, die ca. 140 ha beslaat.
De wijn wordt geproduceerd van de gamay druif "Romain-à-Jus-Blanc" (Gamay St.-Romain) en aanbevolen wordt om hem, net als de Beaujolais, licht gekoeld te drinken.
(Een goed adres: Cave Claudy NÉRON, te Villemontais)

 

En tot slot: La Montagne Bourbonnaise als wandelgebied.
Ontelbare paden, wegen en routes zijn er te vinden. De meest bekende: de GR3.
In 1945 heeft het Comité National des Sentiers tien langeafstandspaden "ontworpen". De GR3 werd als eerste gerealiseerd. Een pad dat min of meer parallel loopt aan het stroomgebied van de Loire. Vanaf de bronnen van de Loire in de Ardèche tot aan de monding, net onder Bretagne.
Omdat de GR3 blijkbaar nog niet volledig genoeg was, heeft men later nog de GR3A ontworpen. Een "extra rondje", dat vastzit aan de GR3.

 



Terug naar boven